Inleiding
Vanaf de vroegste geschiedenis wordt er met ontzag over de bijen gesproken en geschreven. Je kunt het lezen bij b.v. Aristoteles en Vergilius maar ook later b.v.in het finse epos de Kalevala waar de bij prominent aanwezig is. Voor de kunstenaar Joseph Beuys waren de bijen een inspiratiebron. Er is iets met de bijen wat elk mens raakt. De wijsheid waarmee het bijenvolk, de imme, zich organiseert, hun enorme werkdrift, de harmonische bouw van de raten, het wonder van het zwermen en natuurlijk de honing die ze maken van de nectar, een godendrank zoals de Grieken uit de oudheid het noemden, dat fascineert velen. Met niet aflatende ijver verzamelen de bijen de nectar en het stuifmeel en bestuiven daarbij tegelijk de bloemen. Zij zijn daardoor onmisbaar voor het voortbestaan van de plantenwereld. De bij is het symbool voor reinheid, liefde, en onsterfelijkheid. Zij zijn de bemiddelaars tussen hemel en aarde. De bijen, afhankelijk van de zorg van de mensen , de imkers, hebben het moeilijk. Luchtverontreiniging, elektrosmog, bestrijdingsmiddelen en monocultuur zijn daar debet aan. Maar ook een niet te onderschatten oorzaak van de verzwakking onder de bijen is de exploitatie door de mens en zijn winstbejag. Door koninginnenteelt, kunstzwermen, kunstraat en grote ingrepen in het bijenvolk probeert men de bijen tot nog grotere prestaties te dwingen. Alles bij elkaar resulteert dit in verzwakking, massale sterfte of zelfs het geheel verdwijnen van bijenvolken.


